M-Talk

Tussen Andreasplein en Zwarte Pad

Voorpublicatie verhalenbundel

Om gelijk met de deur in huis te vallen: dit is een langere M-Talk dan je gewend bent. Het is een voorpublicatie van de 11e editie van de verhalenbundel: ‘Tussen Andreasplein en Zwarte Pad’.

Voor de 11e keer bundelt Stichting Driehoek Nieuw-West verhalen

Toen er afgelopen woensdag een vreemd telefoontje bij de meldkamer binnenkwam, van een kreunende man, kennelijk in doodsnood, werd dat meteen aan hem doorgegeven. Want het anonieme nummer­ stond op zijn verzoek al enkele jaren geregistreerd. Het was De Haan opgevallen dat het té vaak in de directe omgeving van een misdrijf met dodelijke afloop werd gebruikt. En de zendmast waarmee het toestel nu verbonden was, kon De Haan zien staan vanaf de markt op het Sierplein waar hij zoals iedere woensdag een rondje maakte. Dat was dus op een steenworp afstand van de Esther de Boer van Rijkstraat waar een jaar geleden een vrouw haar broer had omgelegd. De Haan had destijds het onderzoek naar die breed in de pers uitgemeten misdaad geleid, en was toen ook dit mysterieuze nummer tegengekomen. 

Hoewel er overstelpend bewijs was tegen die vrouw – ze werd uiteindelijk in een kort proces tot levenslang veroordeeld – had het idee hem nooit verlaten dat hij iets over het hoofd had gezien. Intuïtief besloot hij daarom eerst maar eens op dat bekende adres te gaan kijken. Het was hemelsbreed nog geen honderd meter van de zendmast.

De deur naar de portiek was gesloten. De Haan drukte op alle bellen; er was altijd wel iemand die opendeed in de kennelijke hoop dat het prijzenteam van de Postcodeloterij voor de deur stond. De bekende voordeur op de eerste etage stond op een kier. Hij duwde hem verder open en riep: ‘Politie, is daar iemand?’ Op de vloer zag hij de krijtcontouren nog van de dode die hier vorig jaar gelegen had. Het bleef doodstil binnen, en jezus, wat rook het daar muf. De keuken links was leeg, op een berg losgetrokken behang na. De eerste slaapkamer rechts gaf hetzelfde beeld. Maar in de deuropening van de tweede bleef hij staan.  

Door: Fred Martin.

“Tot nog toe heb ik me ook aan deze collectieve geschiedvervalsing schuldig gemaakt, maar nu kan ik niet langer zwijgen”

Heel Slotermeer werd hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Familieleden, vrienden en kennissen èn meteropnemers, politieagenten, bodes van het dodenfonds, colporteurs, krantenjongens, bezorgers van levensmiddelen en weekbladen, Jehova-getuigen en stratenvegers, kortom iedereen die zich in augustus 1962 in de tuinstad had bevonden, moest zich bij de GGD melden. Lijn 13 keerde bij het Bos en Lommerplein terug naar de binnenstad. Zwaarbewapende soldaten omsingelden de wijk en patrouilleerden in beschermende kleding door de lege straten. Wie zich toch op straat durfde te vertonen werd gearresteerd en in de cellen van bureau Lodewijk van Deysselstraat opgesloten. Nadat een verdwaasde oude man die zich hevig verzet had in zijn been was geschoten, waagde niemand zich meer zonder reden buiten. Voedsel werd eerst door helikopters gedropt en later legden dappere vrijwilligers noodrantsoenen voor de deuren en in de portieken. De kerkgenootschappen voeren er wel bij en veel Slotermeerders brachten de dagen biddend door, maar de meesten gaven zich massaal over aan koning Alcohol en liederlijke lusten.  

De volwassenen die het meegemaakt hebben zijn inmiddels 70 jaar of ouder en zwijgen uit schaamte en ontkennen doodleuk wat er is geschied. De herinnering aan die orgiastische periode woog voor honderden inwoners zo zwaar dat ze de stad ontvluchtten. Liever helemaal opnieuw beginnen dan iedere dag op de trap, op straat, in de winkels of zelfs naast de wieg herinnerd te worden aan hun door doodsangst ingegeven bandeloosheid. 

Tot nog toe heb ik me ook aan deze collectieve geschiedvervalsing schuldig gemaakt, maar nu kan ik niet langer zwijgen 

Door: Martin Gasman 

“Pennenvruchten van gelauwerde schrijvers, bekende columnisten, journalisten en hobbyschrijvers.”  

Ik bel aan bij Cor – de bel is veel te ingewikkeld, hij woont op 344 en ik moet de 3 en de 4 en de 4 indrukken en dan nog een hekje. Ik ben hier anderhalf jaar geleden geweest toen hij erheen verhuisde. Er waren een paar appartementen opgeleverd, de lift was nog afgetimmerd met spaanplaat en tegelijk met Cor waren er meer yuppen spullen naar binnen aan het brengen. We moesten allemaal diezelfde lift gebruiken. 

Cor had me gevraagd om te helpen omdat ie weer eens dacht dat dat goed zou zijn voor ons. Er waren een paar anderen bij, vrienden van hem, en ik had durven zweren dat er een gast bij was die met zijn kop op tv kwam. Het was een kutdag want Cor voelde zich duidelijk toch ongemakkelijk dat ik erbij was, ook al had ie me zelf gevraagd. 

Ik hoorde wat kraken en daarna Cors stem door de intercom. Hé, Ron. 

Hij kan me zien door een camera. 

Hé Cor, zeg ik. Ik kom even langs. 

De zoemer van de deur klinkt maar wel nét iets te laat, hij moest er net iets te lang over nadenken. 

Ik pak de lift naar de vijftiende verdieping en in de gang zie ik hem al staan voor de deur van zijn flat. Ik zeg dat hij net iets te lang moest nadenken. 

Te lang nadenken? Waarover? 

Of je me binnen zou laten of niet. 

Tuurlijk Ron. Hij schudt zijn hoofd en laat me binnen. 

Ik vraag of hij het appartement om het uitzicht heeft gekocht. Je ziet heel West hiervandaan. 

Ik vind het uitzicht behoorlijk deprimerend, zegt hij. 

Ha, zeg ik, ik zie daar de flats aan onze kant van de Sloterplas.  

Wat is onze kant? 

Door: Walter van den Berg


Meer verhalen en fragmenten op zondag 07 juni in Meervaart. 

‘Tussen Andreasplein en Zwarte Pad’ is een initiatief Stichting Driehoek. 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en blijf up-to-date