M-Talk
Panic Room - Theater Utrecht
M-Talk redacteur Jolanda werd stil van de voorstelling Panic Room.
Soms neem je een beslissing waarvan je weet dat die andere mensen pijn doet of fatale gevolgen kan hebben, maar gezien je aard kun je nu eenmaal niet anders. Over dit soort dilemma’s draait het in Panic Room van Theater Utrecht.
‘Gisteren was het leuker’, mompelt de man op de rij voor ons tegen zijn vrouw als Panic Room is afgelopen. Ze waren toen naar een voorstelling van het gezelschap Wunderbaum in ITA, over Alfa Romeo liefhebbers die hun passie voor het automerk delen, met veel muziek en lachen. Inderdaad: heel wat anders naar luisteren naar twee mensen die praten over leven en dood. Maar moet het dan altijd leuk zijn als je naar het theater gaat? Je gaat toch af en toe ook om met je neus gedrukt te worden op de schrijnende kanten van het bestaan?
Er is geen franje in Panic Room.
Er is geen franje in Panic Room. Muren, vloer en plafond zijn zwart, er staan twee zwarte stoelen, en er hangt een kaal peertje. Er komt in het wit gekleed een man op - Jacob Derwig - die laconiek vertelt dat hij dood gaat en dat hij zich ver van de bewoonde wereld heeft teruggetrokken. Hij vraagt zich af wanneer hij zich het meest levend voelde. Daarna zien we en grote close-up van een vrouwengezicht en horen we - terwijl haar ogen heen en weer schieten - oorlogsgeluiden.
Even later loopt de in het zwart geklede vrouw - Abke Haring - ook het podium op. Het blijkt zijn geliefde. Ze was oorlogscorrespondent, vertrok naar een conflictgebied - ‘de plek waar ik me het meest levend voelde’. Ze komt stoer over, zeker van haar zaak en haar beweegredenen, terwijl Derwig behalve als een bange en doodzieke man niet veel diepte en invulling krijgt; we krijgen verder niets van hem te weten.
Een conflictgebied - ‘de plek waar ik me het meest levend voelde
Samen reizen ze naar het oorlogsgebied, waar ze vertelt over de gruwelen die de vrouwen daar hebben meegemaakt en over de twee kinderen die ze probeerde te redden - ze moest het met de dood bekopen. De discussies tussen Derwig en Haring gaan over gewetensvragen, over kiezen tussen veilig thuis blijven en engagement tonen. Wat kon hij doen? Waarom moest zij zo nodig naar dat oorlogsgebied? „Het is niet jouw oorlog”, zegt Derwig. „Het is wel mijn oorlog… Het is ónze oorlog”, zegt Haring wijzend naar het publiek. „Waarom heb jij niets gedaan?”
Het is wel mijn oorlog… Het is ónze oorlog
Zwart of wit en goed of fout: het is allemaal niet zo duidelijk afgebakend. De dialogen van schrijver Esther Duysker en regisseur/schrijver Floor Houwink ten Cate zijn soms poëtisch, soms realistisch, en soms bevatten ze zelfs een beetje wrange humor: zo vertelt Derwig dat hij zelfs iedere zondag naar de kerk ging om het naderend onheil te proberen af te wenden.
Derwig en Haring weten de passie en de wanhoop van hun personages op een prachtige manier uit te beelden. Soms is het een beetje voorspelbaar, en het einde - de overgang naar de dood - is wat clichématig (het licht op de achtergrond verandert van kleur). Het applaus uit de (iets meer dan halfvolle) zaal klinkt ingetogen - maar dat is alleen maar omdat het raar zou voelen om hier luid te gaan staan klappen.